‘Tof, cool, bleu, an sich, puzzelen, shoppen’, zo maar wat woorden met emotie die tijdens dit interview uitgesproken worden door Maarten van Rossum. Het tekent de mens dat hij bevlogen en begaan is met zijn leerlingen en zeker bij diegenen die meedoen met vakwedstrijden. Maar hoe is het zo gekomen dat Maarten en zijn school met vakwedstrijden meedoen en wat voor skills zet hij zelf in? We spreken hem.
Van aardrijkskunde naar bloemwerk, zo omschrijft Maarten van Rossum van Curio Steenspil zijn 26-jarige carrière als docent. “Toen aardrijkskunde onder mens en maatschappij viel en landbouw breed ontstond, ben ik in bloemwerk en hovenier gerold. Omdat het creatieve mij aantrok en ik dat supertof vind, is het nu bloemwerk geworden. Zo ook kennis gemaakt met Skills en dit jaar ook met hovenier meegedaan”, zegt de vmbo-docent vanuit de locatie in Halsteren.
‘Bleu’
Nadenkend wanneer hij voor het eerst is gaan meedoen zegt Maarten: “Vanaf schooljaar ‘21/’22 ergens, want we stonden in Utrecht in de finale. Mijn collega’s van het mbo vonden mij enthousiast en zeiden of het niet leuk zo zijn met het vmbo aan vakwedstrijden mee te doen. En voor dat ik het wist deden we mee aan de regionale kwalificatie in Goes, want we vallen onder de regio Zeeland. Daarna kwamen mijn meiden in de finale waar ze zesde werden.”
Glimlachend vertelt Maarten verder. “We gingen er eigenlijk heel ‘bleu’ in met z’n drietjes en dan overkomt je een heleboel, maar alles was super strak geregeld. Daar ben ik nog steeds heel erg onder de indruk van hoe Skills dat regelt. Vooraf had ik mij wel ingelezen in wat er zou moeten gebeuren en we hadden opdrachten geoefend. Maar toen ze zesde werden, was de euforie groot en zag je ze stralen. De grap is dat beide deelnemers daarna niet meer in groen zijn doorgegaan”.
Puzzelen
Wat Maarten en Curio met de vakwedstrijden doen is speciaal. “We organiseren bij Curio een interne voorronde waar iedereen van alle vmbo-locaties die dat wil mee mag doen. Iedereen onderschrijft, als ze winnen, dat ze dan meer aan voorbereiding samen doen. En ja, samen is het ‘puzzelen’: wat kun je al wel en wat niet en wat zou je tof vinden om te leren? Als ze dan uiteindelijk op de finale in zo’n grote hal komen, vinden ze het best wel spannend. Maar je ziet ze wel groeien. Daar doe ik het voor en dat vind ik zó gaaf”, aldus de vmbo-docent van locatie Steenspil.
Dat Maarten trots is op zijn kandidaten zie je direct aan hem. Toch was dit jaar anders. “Nu deden we ook met hoveniers mee. De leerlingen wilden graag, maar ik had nog geen idee. Dus schreef ik ons in met de gedachte; we zien wel! In het hoveniersvak ben ik nu gegroeid, maar skills is wel een leveltje hoger dan het examen. Ja, absoluut! Als je Skills kunt dan kun je het examen met je ogen dicht. Echt!”, zegt Maarten zonder blikken of blozen.
“Het allerbelangrijkste is dat ze het ook leuk vinden. Je staat er al en doet gewoon mee. Dat is al een prestatie ‘op zich’.”
Zelfverzekerder worden
“Ik zie het ook zo bij ‘bleue’ leerlingen die meedoen en het tof vinden. Die zie je groeien en een stukje zelfverzekerder worden richting het examen. In de voorbereiding bij de lessen leer ik ze extra dingen en nieuwe technieken. Iedereen kan wel een ‘biedermeiertje’ maken, maar diegenen die doorgaan, gaan door omdat ze iets extra’s kunnen waardoor ze eruit springen. En ik probeer hun creativiteit uit te dagen door hen materialen te geven en een thema. Ik doe niets voor, maar trigger hen wel en zeg dan: maak hier iets van.”
Nu Maarten dat zegt zie je hem nadenken. “Ja, ik krijg dan ook zoiets van; dat zou ik ook wel willen maken en dat is wel heel ‘cool,” aldus een glimlachende en met een twinkeling in de ogen kijkende vakdocent. Maarten let ook op of de kandidaten goed kunnen samenwerken. “En zeker na de voorrondes. Dan voelen ze de druk, ik zelf ook. Maar ja, ik mag niets doen en sta aan de zijkant. Ik laat me aan hen niet al te veel zien, want daar worden ze niet gelukkig van.”
Leuk vinden
“Het allerbelangrijkste is dat ze het ook leuk vinden. Je staat er al en doet gewoon mee. Dat is al een prestatie ‘op zich. De plaats maakt niet uit, ook niet of ze winnen of niet, dan ben ik toch nog heel trots op ze. Het gaat om het hele gebeuren. Dat de hoveniers in Den Bosch tweede werden en dat op hun cv zetten, dat zegt wel iets hoe iemand erin staat en hoe je je hebt voorbereid. Want tijdens een studiedag, toen iedereen vrij was, kwamen zij wel oefenen in de kas op school!”
Ook heeft Maarten een lokale hovenier ingeschakeld om tips en extra ‘dingetjes’ mee te geven. “Wat is efficiënt, hoe kun je beter samenwerken en wat kan je beter in je eentje doen en wat samen? Zo zijn we gaan ‘shoppen’ en ikzelf ben ook nog bij collega’s gaan rondvragen.” Bij navraag blijkt hij niet de enige te zijn. Maarten: “Ook bij collega’s van andere scholen ben ik gaan navragen, want dat is het voordeel als je met de Skills meedoet. Je ziet en spreekt elkaar, brainstormt en legt verdere contacten met elkaar buiten Skills om. Dat is een heel fijn neveneffect!”
Niet én én
Wanneer we over meedoen aan het einde van het gesprek praten komt Maarten verrassend uit de hoek. “Andere docenten zeggen weleens: wanneer zou ik dat moeten doen? Maar het is niet én én, maar in plaats van! Een wedstrijdopdracht lijkt op het examen en een beoordelingsmodelletje erover leggen is zo gedaan. Sterker nog, de wedstrijdopdracht is al beoordeeld! We noemen dat inmiddels een ‘meesterproef’.” Waarmee hij nog eens een ander neveneffect van vakwedstrijden benadrukt.




